Amnesty in actie

Goed geld, bijlage bij Amnesty in actie, september 2002

opdracht: special over fondsenwerving
insteek: motiveren en inspireren
doelgroep: Amnesty's actieve leden in Nederland
opmerkingen: Amnesty leverde onderwerpen en contactpersonen

Sponsorloop | Benefietconcert | Boekenmarkt | Kunstveiling | Standwerk | Straatverkoop | Expositie | Jongeren | Bedrijfsinitiatief | Collecteren

 

 

Jongeren

Gevangen op je eigen school

Soms onstaat er zomaar, uit onverwachte hoek, een bijzonder plan om Amnesty te steunen. Op het Corderiuscollege in Amersfoort bijvoorbeeld lieten negenhonderd leerlingen zich een middag, avond en nacht opsluiten op hun school, compleet met bewakers, prikkeldraad en op strict dieet van water en brood. Deze stunt, die veel indruk op de leerlingen maakte, bracht bijna 16.000 euro aan sponsorgeld op.

Een doodgewone middelbare school, waar ’s ochtends honderden tieners met rugzakken naar binnen en buiten slenteren of in groepjes op het plein rondhangen en waar elk lesuur de verlossende zoemer klinkt, verandert op donderdag 3 november 2000 in een potdichte gevangenis, bewaakt door in legerkleding gestoken jongens en meisjes met portofoons. Als de avond valt, wordt de omgeving vanaf het dak hel verlicht met bouwlampen. Als de buurtbewoners van het Amersfoortse Corderiuscollege niet vooraf een toelichtende brief in hun brievenbus hadden gevonden, zouden er wellicht een paar gedacht hebben dat er een merkwaardig soort oorlog uitgebroken was.


Die dag stoppen de lessen om 13.00 uur. Leerlingen die niet van plan zijn zich te laten opsluiten worden door de intercom gesommeerd zo snel mogelijk het gebouw en schoolplein te verlaten. Kort daarna gaat de poort op slot en worden de gangen gebarricadeerd, terwijl honderden leerlingen - van brugpiepers tot eindexamenkandidaten - in groepen opgedeeld worden. Iedereen krijgt tien broodbonnen en een gekleurd T-shirt met rugnummer. Vanaf dat moment zijn de leerlingen naamloze gevangenen die tot de volgende morgen 8.00 uur op water en brood vastzitten in het schoolgebouw. Al die tijd worden ze streng in de gaten gehouden door zo’n 45 bewakers - leerlingen, een paar leraren en enkele vrijwilligers van de landmacht - en beziggehouden door de organisatoren van deze zogenaamde 24-uursactie. De organisatoren zijn herkenbaar aan hun witte T-shirts met daarop ‘Crew’. Vrijwilligers van het lokale radiostation De Golfbreker maken vanuit het gebariccadeerde college de hele nacht reportages en interviews.


Het Corderius College heeft een reputatie in het organiseren van ludieke ‘Goede Doelen Acties’. Zo lieten de leerlingen zich eerder sponsoren door massaal te vasten met als slogan ‘Zip Your Lip’. De Amnesty-actie was volgens Charlotte de Bruin en Marieke Pieterman van de leerlingenraad een hoogtepunt. “Veel leerlingen zeiden achteraf dat ze het erg leuk vonden”, vertelt Charlotte (17). “We krijgen nu nog steeds briefjes in onze postbus van ‘wanneer komt er weer zoiets want we hebben van onze grote broer gehoord dat het zo leuk was’.”


De opbrengst van de Amnesty-actie was voor de school ook een persoonlijk record. Daarbij hadden zich nog een paar meevallers voorgedaan. De politie had een stel jongens opgepakt die zich hadden uitgegeven voor Corderius-leerlingen om zogenaamd sponsorgeld op te halen. Het Corderius retourneerde het gestolen bedrag onmiddellijk aan de buurtbewoners. Uit sympathie stortten die vervolgens het dubbele terug. Toen een plaatselijke kunstenaar hoorde over de actie, gaf hij direct één van zijn werken aan directeur Egbert Boerma om het te laten veilen. Dat leverde nog eens zo’n 275 euro op.


De meiden, die nu in de vijfde klas van het gymnasium zitten, behoorden tijdens de actie tot de crew. “We hebben de leerlingen een beetje het gevoel gegeven om gevangen te zijn”, vertelt Marieke (16). “Zo hadden we een acteur gevraagd als bewaker die heel streng was. Sommigen schrokken daar zo van dat ze huilend weggingen. Dat was dan ook wel zo’n beetje het hoogtepunt van het gevoel ‘gevangen’ ”, lachen ze.
Om iedereen een beetje tegemoet te komen, bestond de nacht niet louter uit kwellingen. De organisatoren investeerden zo’n 3.600 euro in onder andere een springkussen en een elektrische rodeostier. ’s Avonds was er disco met ‘gemeentepils’. Volgens Boerma ontstonden die nacht zelfs enkele romances.


Een beetje treiteren hoorde er ook bij. Terwijl de gevangenen tijdens het appél in de aula droog brood kregen, aten de crewleden smakelijk patat vanaf de balustrade vertellen Charlotte en Marieke. En toen de pizza’s voor de bewakers bezorgd werden, meldden ze dat, heel attent, door de intercom. Maar net als in een echte gevangenis raakten de bewakers zelf ook even in rep en roer toen ze een paar heuse ontsnappingen moesten verijdelen.


De Amnesty-groep Amersfoort-Noord was ingezet voor lessen over mensenrechten en videopresentaties. Op portokosten van hun ouders schreven de leerlingen die nacht honderden brieven aan ‘echte’ gevangenen.


Een strak tijdschema vertelde de groepen van uur tot uur wat ze moesten doen. Dankzij dit gedetailleerde draaiboek had Boerma geen enkel probleem met de wilde plannen van zijn leerlingenraad. “Het was een fantastische actie. In het voorbereidingsproces krijg je wel in de gaten dat er over nagedacht wordt. Als je zoveel leerlingen een hele nacht binnen de schoolmuren houdt, móet je een vast programma hebben anders wordt het hangen en dan duurt zo’n nacht ontzettend lang.”


De leerlingen pleegden overleg met de schoolleiding en de brandweer, raadpleegden plattegronden van het gebouw, lichtten buurtbewoners in en ronselden sponsors zoals de plaatselijke Albert Heijn die driehonderd broden ter beschikking te stelde. De landmacht leende een paar van haar soldaten als bewaker en een stapel camouflage T-shirts uit. Andere sponsors leverden onder meer portofoons, prikkeldraad, bouwlampen en twee trampolines. Toen het draaiboek klaar was, konden leerlingen zich vooraf inschrijven en sponsors zoeken. Eén jongen kreeg het voor elkaar om zijn ‘detentie’ voor in totaal 254 euro te laten financieren.


De actie werd afgesloten met een gezamenlijk ontbijt, waarna de leerlingen hun vrijheid weer tegemoet konden lopen. De leerlingenraad maakte de dagen erna nog een een speciaal krantje over de dag. “Het is heel belangrijk om er ook achteraf nog aandacht aan te besteden”, weet Marieke. “Tot aan het eind moet je het goed afwerken.” “Voorgecht, hoofdgerecht, toetje”, vult Charlotte aan. En zo vond in de aula van de school tenslotte nog een officiële overhandiging plaats aan Amnesty.


Dit jaar helpen de meiden weer mee met de organisatie van een Goede Doelen Actie. Boerma heeft er alle vertrouwen in vanwege de ervaring van de meiden. Belangrijkste tip? “Je moet echt met een goed strak plan komen, het moet waterdicht zijn. En je moet heel veel motivatie hebben. Wij dachten steeds ‘we maken een knaller deze keer’. En dat geldt niet alleen voor maar ook tijdens en na de actie.”

 

Bakkers in bedrijf

Bakkers in bedrijf, februari 2003

opdracht: divers, vanuit redactie
insteek: uitwerken naar eigen inzicht
doelgroep:
brood- en banketbakkers


 

Snelste slagroomautomaat van Nederland bij Woertman

Veel banketbakkers werken sneller dan hun slagroommachine aankan. Het merk Sanomat breidt daarom haar assortiment uit met een machine die 400 liter geslagen slagroom per uur kan produceren. Volgens leverancier Woertman gaat het om de snelste slagroomautomaat van Nederland.

Met een druk op de knop produceert het room vermengd met lucht: de slagroomautomaat. Sinds de jaren zeventig maakte het apparaat zich bij de meeste banketbakkers onmisbaar. Nederland kent zo'n drie belangrijke leveranciers van dit soort volautomatische slagroomautomaten. Daarvan onderscheidt het merk Sanomat zich onder andere door de gekoelde kop waardoor ook de laatste toefjes koud uit het apparaat geperst kunnen worden. Maar wie aan de lopende band een spuitzak met slagroom nodig heeft, is ook geïnteresseerd in een paar seconden tijdwinst bij de slagroomautomaat, zo redeneerde de firma Woertman uit Nieuwegein, de Nederlandse leverancier van de Sanomat slagroomautomaten. Aangemoedigd door verzoeken van klanten, ontwikkelde Woertman samen met de Duitse fabrikant onlangs een snellere machine met een aantal bijkomende voordelen. "We merkten dat veel ambachtelijke banketbakkers fuseren en daardoor slagroomautomaten overhouden", vertelt directeur Martin van Rossum. "Twee of drie banketbakkers delen na zo'n fusie meestal één slagroomautomaat. Daardoor is er nu veel vraag naar meer capaciteit. Onze huidige automaten kunnen tot 120 liter vloeibare slagroom per uur verwerken, maar dat bleek te weinig te zijn voor deze groep banketbakkers. De nieuwste Sanomat verwerkt daarom 160 liter vloeibare slagroom per uur. Hierdoor is een spuitzak bijvoorbeeld in 24 seconden in plaats van in 30 seconden gevuld en dat scheelt."

Alle banketbakkers hebben een apparaat om slagroom te maken. Dat varieert van (gekoelde) blazers; de schalen waarin lucht geblazen wordt tijdens het kloppen, tot continu beluchters; installaties die honderden liters slagroom per uur kunnen produceren. De prijzen van zo'n installatie kunnen oplopen tot 50.000 euro en zo'n machine wordt dan ook alleen maar door grote fabrikanten gebruikt.

Een bekend warenhuis is grootverbruiker, maar werkt in haar bakkerijen met Sanomat slagroomautomaten. Het is één van Woertmans klanten die graag meer snelheid in de slagroommachines zou willen omdat haar personeel er aan de lopende band taarten maakt. "Mensen staan er af en toe te wachten bij de slagroomautomaat en dat is zonde van de tijd", aldus Van Rossum.

Een ander verzoek uit Van Rossums klantenkring was het afdichten van de wand van de machine om hem aan de buitenkant makkelijker te kunnen reinigen. "Dat kan nu doordat het nieuwe model met een motor van 400 Volt werkt, in plaats van met de gebruikelijke 230 Volt. Het apparaat wordt daardoor minder warm, zodat er nu geen ventilatiegaten meer in hoeven."

Volgens Van Rossum is het voor banketbakkers belangrijk dat ze zoveel mogelijk geslagen slagroom uit een liter vloeibare slagroom kunnen halen. "Je wilt als bakker natuurlijk zo veel mogelijk rendement uit de vloeibare slagroom halen."

Daarnaast is de stand van de slagroom belangrijk. "Wat je bijvoorbeeld steeds meer ziet is dat bakkers overdag hun gebak maken. Daarna gaat het in een speciale koeling en wordt het gebak de volgende dag verkocht. Het gebak wordt deze dag of de volgende dag geconsumeerd. De slagroom mag dan niet ingezakt zijn."

Naast het soort room dat de bakker gebruikt, hangt de stand ook af van de machine, bijvoorbeeld de manier waarop de lucht met de room gemengd wordt en onder welke druk. "Slagroom uit een Kidde bijvoorbeeld, zo'n fles met gaspatronen die in de horeca veel gebruikt wordt, moet je na opdienen direct consumeren."

De Sanomat, zowel de bestaande typen als het nieuwe snellere model, kan alle soorten room aan volgens Van Rossum maar maakt bijvoorbeeld ook bavarois. Daarvoor moet de bakker een paar slagschijven uit het zogenaamde 'flexibele slagsysteem' vervangen door een kunststof blokje. "Die blokjes doen op zichzelf niets, maar vette of zware substanties komen zelfs dan goed uit de slagroomautomaat. Eigenlijk heel eenvoudig, maar de fabrikant heeft er wel patent op", zegt Van Rossum. Net als op de speciale 'spoelkoppeling', een dop die tijdens het reinigingsproces de druk in het systeem verhoogt. "Slagroom is dikker dan water, daarom krijg je de restanten bij het reinigen zonder extra druk niet goed weggespoeld."

De slagroomautomaat is het belangrijkste product van Woertman, maar in de jaren zeventig begon het bedrijf ook met het leveren van magnetrons en een paar jaar later met afvalpersen. In 1998 nam Van Rossum het bedrijf over van zijn vader en breidde het aanbod uit met sinaasappelpersen en vaatwassers voor grootverbruikers. Deze apparaten hebben technisch geen overeenkomsten met elkaar. Van Rossum: "We functioneren als dealer van deze producten omdat ze binnen dezelfde doelgroep worden gebruikt. Banketbakkers gebruiken magnetronovens om bijvoorbeeld chocolade te smelten, of een worstenbroodje te verwarmen voor een klant. Bakkers met een lunchroom verkopen soms vers geperste sinaasappelsap. En met afvalpersen begonnen we in de tijd dat je nog moest betalen voor het volume van je afval. Tegenwoordig leveren we ze aan horecabedrijven die weinig ruimte of andere logistieke problemen hebben."

Het nieuwe Sanomat model is precies op tijd klaar voor de aanstaande Bakkerijdagen in Den Bosch waar Woertman het apparaat zal demonstreren. De huidige modellen met toebehoren en de overige apparatuur zullen ook te bezichtigen zijn. Van Rossum verwacht tijdens die dagen vooral bestaande klanten die hun huidige apparaten willen vervangen. "Klanten zullen hun oude blazer willen vervangen door een slagroomautomaat, ze willen een slagroomautomaat met een gekoelde kop, een snellere slagroomautomaat of bedieningsgemak zoals een voetschakelaar of een soezenpin."

De snellere Sanomat wordt op dit moment getest bij een landelijk opererend productiebedrijf. Van Rossum verwacht het model in april te kunnen leveren. Tegen die tijd zal ook de exacte naam van dit snellere type bekend zijn.

Etos


opdracht: diverse teksten voor website/digitale nieuwsbrief
insteek: naar eigen inzicht uitwerken
doelgroep: (potentiële) klanten van Etos

 

 

Slapen en dromen

1 Gemiddeld zweet je een melkfles per nacht.

a Goed

b Fout

Goed. Gemiddeld zweet elke volwassene per nacht ongeveer een liter, oftwel bijna een fles vol. Wist je dat je zweet ook ureum bevat? Dat is dezelfde stof die voor het geurtje van je plas zorgt. Wel zo beleefd dus om je logees schone lakens te geven en geen oude slaapzak.

2 De REM-slaap is de periode waarin je veel droomt.

a Goed

b Fout

Goed. Vier tot vijf keer per nacht gaan je ogen een tijdje heel snel op en neer. Dat zijn de periodes waarin je droomt. Je eerste droom duurt ongeveer vijf minuten. Je laatste droom, zo tegen het ochtendgloren, duurt veel langer. Dit is de droom die je soms onthoudt wanneer je wakker wordt. REM is overigens de Engelse afkorting voor Rapid Eye Movement, oftewel 'snelle oogbeweging'.

3 Op een paar glaasjes sterke drank slaap je beter dan op een glas warme melk.

a Goed

b Fout

Fout. Ze helpen je allebei niet om beter te slapen, alhoewel een glas warme melk natuurlijk geen kwaad kan. Pas wel op dat je niet zoveel melk drinkt dat je 's nachts met een volle blaas weer wakker wordt. Veel alcohol zorgt ervoor dat je korte tijd heel diep slaapt en vervolgens juist licht en rusteloos. Je ‘slaapmutsjes’ onderdrukken namelijk je REM-slaap in de eerste helft van de nacht. Daarna probeert je lichaam dit in te halen en kan je zelfs angstdromen krijgen.

4 Mijn geschaafde knie geneest sneller wanneer ik vroeg naar bed ga.

a Goed

b Fout

Goed. Tegen de tijd dat jij goed en wel in dromenland bent, komt je lichaam juist in actie. Het voert allerlei bouw- en herstelwerkzaamheden uit zoals het aanmaken van nieuw weefsel onder het korstje op je knie. Tijdens hele diepe fasen van je slaap, de Deltaslaap, gebeurt dit sneller dan overdag. Het woord 'schoonheidsslaapje' komt dus niet zomaar uit de lucht vallen.

5 Van seks voor het slapen gaan krijg je nachtmerries.

a Goed

b Fout

Fout. Veel slaapdeskundigen raden juist aan om 's avonds te vrijen. Orgasmes werken namelijk ontspannend. Ook tijdens je slaap houdt je lichaam zich met seks bezig, of je nu wel of niet vrijt vooraf. Bij mannen en vrouwen zwellen de geslachtsorganen tijdens de REM-slaap en je kan tegelijkertijd erotische fantasieën krijgen. Er zijn mensen die zeggen dat ze dit soort dromen kunnen sturen. Een onderzoekster beschreef zelfs in een boek de ultieme orgasmes die ze daardoor meemaakte.

6 Een paar korte nachtjes kan ik later wel weer inhalen.

a Goed

b Fout

Fout. Een inhaalrace werkt niet, maar kan natuurlijk wel heel lekker zijn. Volgens slaapdeskundigen wordt je pas uitgerust wakker wanneer je een vast slaap- en waakritme hebt. Dat betekent: altijd op dezelfde tijd je wekker zetten, ook in je vrije weekend. Verder moet je oppassen dat je ook niet eerder onder de wol kruipt dan je gewend bent. Door op gezette tijden naar bed te gaan, kun je wel je slaaptijd wat korter maken. Sommige mensen kunnen daardoor met slechts vijf uur slaap per nacht toe.

 

Holland Airports

Holland Airports, maart 2002


opdracht: divers
insteek: uitwerken naar eigen inzicht.
doelgroep: leidinggevenden uit de Nederlandse luchtvaartsector


 

Discussie Schiphol gaat straks over veiligheid

Ben Droste, voorzitter van het NIVR (Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling en Ruimtevaart) verwacht dat de discussie over geluidshinder van Schiphol plaats gaat maken voor discussies over veiligheid. Niet alleen over het voorkomen van terroristische acties zoals bij de ramp op 11 september, maar ook over de veiligheid die inherent is aan het vliegen zelf, de zogenaamde externe veiligheid.

De Nederlandse luchtvaartwereld krijgt van Ben Droste een flinke pluim. Volgens hem doet Nederland het opmerkelijk goed op het gebied van luchtvaart. "Fokker is de beste bouwer geweest van regionale vliegtuigen", vertelt hij. "De KLM en Schiphol zijn veel groter en beter dan je van een klein land als Nederland zou verwachten. De Koninklijke Luchtmacht behoort tot de beste van de wereld. En kennisinstituten als de TU Delft, het NLR en TNO behoren ook tot de top."


Deze prestaties zijn volgens de voorzitter geen toeval in een land waar men al zo lang de zeeën bevaart en over een grensoverschrijdende mentaliteit en handelsgeest beschikt. De Nederlandse luchtvaartwereld loopt met al haar succes echter tegen grenzen aan. "En dat veroorzaakt veel discussies met name over de hinder die luchthavens veroorzaken", aldus Droste. "Die hinder lijkt nu vooral geluid te zijn, de meest merkbare overlast na luchtvervuiling." De voorzitter maakt zich niet zoveel zorgen over de geluids- en milieuhinder. Technologische ontwikkelingen bieden daar steeds betere oplossingen voor. "Als je in de jonge geschiedenis van de luchtvaart kijkt naar grafieken met ontwikkelingen op het gebied van geluid, emissies, benzineverbruik, comfort en veiligheid, dan zie je lijnen die vooral de laatste jaren snel dalen. Een onderwerp als geluidshinder is door de enorme mogelijkheden in de luchtvaarttechnologie straks nauwelijks meer relevant. Naarmate de discussies over milieu en vooral geluidshinder afnemen, verwacht ik dat de discussie zich meer op veiligheid zal concentreren."


Alle betrokkenen en ook politici zullen daar nog een zware dobber aan krijgen volgens Droste, want wanneer krijg je het keurmerk ‘veilig’? Hij bladert door Vision 2020, een studie van de Europese Unie uit januari 2001, waar hij zelf aan meewerkte. Hierin sommen luchtvaartautoriteiten op wat er in 2020 moet zijn bereikt in de Europese luchtvaart: "Een vijfvoudige vermindering van het ongelukkenratio, vijftig procent minder uitstoot van CO2, vijftig procent minder brandstofverbruik etcetera. Je kunt systemen zo verbeteren dat het risico dat er technisch iets mis gaat vrijwel tot nul kan worden gereduceerd."


In de keten van gebeurtenissen waaruit toch ongelukken ontstaan, blijkt volgens Droste dat mensen nog steeds voor zestig tot zeventig procent verantwoordelijk zijn voor het veroorzaken van die ongelukken.
"De Human Factor speelt nog steeds een hele grote rol: vanaf de vliegtuigmakers, via de piloten en de onderhoudstechnici tot en met de verkeersleiding. Vanzelfsprekend doen zij hun uiterste best om mensen veilig van bestemming A naar bestemming B te voeren. In technische systemen kan men echter duidelijke kwaliteitscriteria inbouwen, bij mensen kan men zoiets slechts benaderen. Aan welke criteria moeten bijvoorbeeld de verkeersleiders voldoen als zij besluiten met welke tussenafstanden ze vliegtuigen in goed en in slecht weer laten starten en landen? Er staat uiteraard veel op papier in voorschriften en afspraken maar in de dynamische wereld van de luchtvaart is niet alles op papier af te dekken. Dat betekent dat er marges zijn waarbinnen mensen zelf moeten bepalen wat op dat moment de beste beslissing is. Nu al zouden we veel verder kunnen gaan met het automatiseren van dit soort systemen. Maar we doen het nog niet omdat wij weten dat alle marges zo worden gebruikt dat er niet aan een veilige afhandeling door verkeersleiders hoeft te worden getwijfeld. De verdere automatisering zal echter zeker komen. Welke criteria worden dan ingebouwd? En wie draagt de verantwoordelijkheid als het toch fout gaat?"


Het zal een een moeilijke discussie worden verwacht Droste. "Deskundigen kunnen inmiddels berekenen hoe groot de kans is dat een terrorist door het controlesysteem glipt en welke maatregelen nodig zijn om ieder risico uit te sluiten. Minder duidelijk is dat in de externe veiligheid. Tot welke graad wil je het risico van het doorglippen van de terrorist afdekken en tot welke graad de externe veiligheid? De situatie moet wel handelbaar blijven. In het verkeer weten we statistisch precies welke kans we hebben om in een ongeluk met al dan niet dodelijke afloop verzeild te raken. Dat belet ons niet om dagelijks massaal in de auto te stappen. In de luchtvaart zijn deze statistieken vele malen beter maar accepteert de passagier nauwelijks enig risico. Kijk maar eens hoeveel passagiers zouden uitstappen als er wordt meegedeeld dat er een kans van, laten we zeggen, één op tienduizend is dat er een kaper of terrorist aan boord zit. Hoe ver moeten we gaan met de veiligheidsmaatregelen? De kans dat het mis gaat blijft. Uiteraard staan we niet alleen voor deze discussie. Ze wordt in Europees en mondiaal verband gevoerd. Het is ook goed te weten dat Nederland dank zij haar eerder genoemde goede positie in de luchtvaart zelf over veel expertise beschikt. Het is één van de taken van het NIVR om deze expertise verder te ontwikkelen en de toepassing daarvan te stimuleren. Nederland als luchtvaartland zou daarmee een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan de doelstellingen van Vision 2020."

 

Intech

Intech, februari 2003


opdracht: interviews, reportages en achtergrondverhalen schrijven, op verzoek maar ook naar eigen idee
insteek: installateurs op de hoogte houden over allerlei zaken in en om hun vakgebied
doelgroep: installateurs uit elektro-, ict- en sanitairbranche


 

Onderwijsbeurs NOT:

Veel nieuwe snufjes, maar vaak 'te duur'

De Nationale Onderwijs Tentoonstelling (NOT) is de plek bij uitstek voor leraren en schooldirecteuren om zich te oriënteren op zo’n beetje alles wat met de wereld van het onderwijs te maken heeft: van nieuwe leermethoden tot schoolmeubilair en van uitstapjes tot iq-testen. Voor het vak techniek konden docenten ook terecht in de jaarbeurshallen in Utrecht, waar de NOT halverwege januari plaatsvond. De redactie van Intech vroeg zich af wat de mogelijkheden van techniek zijn op de basisschool en nam een kijkje.

Techniek is leuk en heel belangrijk, daarover zijn twee leraressen van de Eindhovense basisschool De Bijenkorf, het met elkaar eens. Maar het kost een hoop geld en dat is er vaak niet. “We zijn hier bezig om te kijken wat er mogelijk is, omdat we een groot techniekproject gaan starten op onze school met 400 leerlingen. Maar alle techniekdozen die we hier zien, zijn verschrikkelijk duur en we hebben het geld niet om het daaraan uit te geven.” De docent heeft daarom zo haar bedenkingen over het vak: “Het móet, het is dringend nodig, maar we missen de tijd en het geld om daar iets goeds van te maken. Voorheen deden we niks met techniek. Als het ter sprake kwam, zetten we wel eens een fiets in de klas die we dan gingen bekijken. Op die manier ben je er natuurlijk wel mee bezig.” “Maar niet op het niveau dat je zou willen”, vult haar collega aan. “Ik herinner me de uitgebreide techniekdoosjes van mijn broertje vroeger, met weerstandjes en zo. Maar als je zoiets wil, moet je zoveel geld neertellen. Dat gaat gewoon niet.” “En dóen, kan alleen maar als je veel materiaal hebt”, vult de eerste juf weer aan.

Goedkoper kan wel, mits je goed zoekt op de beurs. Op de website van Kennisnet bijvoorbeeld staat een aparte link naar het vak techniek voor basisschoolleerlingen. Leerlingen kunnen er zelf proefjes vinden met instructies. Voor de leraren heeft Kennisnet een ander hoekje op de site ingericht met achtergrondinformatie over de proefjes, lesvoorbeelden, werkbladen en achtergrondinformatie. Omdat de site betaald wordt door het ministerie van Onderwijs, is al deze informatie helemaal gratis.

Video-conferencing

Naast het ministerie van Onderwijs zijn vooral initiatieven van het bedrijfsleven aanwezig op de beurs, zoals die van de Stichting Promotie Metaalonderwijs (SPM). Een van haar projecten is het in de klas zetten van oude, vaak gepensioneerde metaalwerkers, die basisschoolkinderen een dag les geven over metaaltechniek. De mannen zijn van tevoren getraind in het overbrengen van de stof op kinderen. “Je krijgt daar heel grappige reacties op”, vertelt standhouder Rob Cuperus. “‘Dat zijn die opa’s die lesgeven’ bijvoorbeeld. Maar ze kennen het dus wel.” De SPM ontstond in de jaren negentig omdat de instroom op metaalopleidingen behoorlijk terugliep. “Veel VMBO-scholen moeten daardoor zelfs hun metaalopleiding sluiten. ‘Het is vies, zwaar en verdient slecht’, dat zijn veelgehoorde opmerkingen. Maar dat beeld is verouderd. Inmiddels is de metaal een behoorlijke hightech sector aan het worden. Het zware werk verschuift langzamerhand vanuit Nederland naar andere landen. Dat beeld dat er bestaat, klopt dus niet meer.” Zijn collega maakt ondertussen via een webcam en een koptelefoon met microfoon contact met de vijftienjarige Paul Beniers van het Commanderei College, een VMBO-school uit het Brabantse Gemert. Pauls gezicht is te zien op een groot scherm en hij ziet op zijn beurt de beurshal. Zijn school doet mee aan een testproject waarbij video-conferencing apparatuur gebruikt wordt om metaal te promoten. Scholen die niet over geavanceerde metaalbewerkingsapparatuur beschikken, zouden in de toekomst via camera’s en microfoons opdracht kunnen geven aan leerlingen van andere scholen om de metaalobjecten die zij bedacht hebben, te maken. “Als de objecten klaar zijn worden ze daarna per post naar de school gestuurd.” Paul werkt nu aan een miniatuurshovel. Hij vindt de metaallessen leuk, maar wil in geen geval metaal- of elektrotechniek gaan doen later. Hij wordt vrachtwagenchauffeur ‘omdat je dan veel van de wereld kunt zien’.

Infrastructuur komt ook aan bod op de onderwijsbeurs. Voor deze sector gaat vrijwel hetzelfde verhaal op als bij de metaal: omdat steeds minder jongeren voor een opleiding in de civiele techniek kiezen, steunt het bedrijfsleven de promotiecampagne Go Infra in de vorm van gastlessen. Al jaren kunnen basisscholen begeleiders laten komen met een vrachtwagen van het Go Infra Infocentrum die bijvoorbeeld een rioolaansluiting met de kinderen bouwen en ze bekend maken met infrastructuur door vragen te stellen als: waar gaat je plas naartoe als je doortrekt? Energieleverancier Nuon biedt een multimediaal lespakket aan met een website, spelletjes, video en een cd met liedjes om kinderen meer over energie te leren. Bij het pakket zitten ook praktische proefjes met handleidingen en werkbladen voor de leraar.

Zenuwspiraal

Een paar rijen verder verdringen mensen zich om de stand van het Zonneschip, dat kleine tupperware-doosjes met elektronica verkoopt voor 4 euro. De prijs geldt alleen op de NOT-beurs, normaal gesproken kosten de doosjes 8 euro. Met de inhoud kunnen leerlingen een ‘zenuwspiraal’ maken, waarbij je een ijzeren ringetje over een gebogen metaaldraad moet manoeuvreren, zonder dat de randen van de ring het metaaldraad aanraken. In dat geval gaat er een klein lampje branden en ben je ‘af’. Het materiaal kan je weer uit elkaar halen om er bijvoorbeeld een deurbel van te maken. De doosjes gaan als warme broodjes over de plank. Een techniekleraar van een middelbare school koopt een doosje om ‘er thuis lekker zelf mee te prutsen’. “Misschien ga ik er iets mee in de klas doen, eerst zelf maar eens kijken.” De website van het Zonneschip start met een spannend filmpje over kinderen die op avontuur gaan. Ze reizen per schip, het Zonneschip, langs eilanden waar ze allerlei avonturen beleven. Op elk eiland komen ze problemen tegen waar ze een technische oplossing voor moeten verzinnen. Elke drie weken verschijnt het vervolg van de strip op de website. “We willen drempels zo laag mogelijk maken en de kosten ook laag houden”, vertelt standhoudster Desiree Willems aan een docent. “Als je zo’n stroomkring maakt, leg je uit dat een bel ook zo werkt. En dan wordt het leuk als je kan uitleggen dat je er een bel voor onder je deurmat kan maken, dan weet je precies wanneer er iemand voor je deur staat. Dit is zó eenvoudig te maken en zó logisch voor de kinderen.” “Maar is het wel te repareren als het kapot gaat?”, vraagt de docent. “Nee, maar je kunt het heel goedkoop bijbestellen.” Dat is een bevredigend antwoord, want het doosje is al verkocht voor Willems uitgepraat is. Zijn docenten niet bang dat ze er zelf niets van begrijpen? “Bij deze methode wordt de docent stap voor stap uitgelegd hoe bijvoorbeeld een drukcensor werkt. Plaatje voor plaatje, net als wanneer je een cake bakt. En dat kan ook iedereen. En kinderen zijn echt niet zover dat ze moeilijke vragen gaan stellen over de hoeveelheid ampère die door de stroomkring gaat.”

Pabo-leerlinge Sytske Wijnstra uit Leeuwarden heeft net een werkweek over techniek achter de rug, maar voor haar waren de lessen niet concreet genoeg. Ze is bang dat ze straks geen goede technieklessen kan geven omdat ze er maar weinig van af weet. “Dat merkte ik bij mijn klasgenoten ook. Omdat ik er niet heel veel van weet, vind ik het ook niet zo leuk.” Ze is desondanks niet bang voor lastige vragen uit de klas. “Ik ga voor de bovenbouw en dan moet je stimuleren dat kinderen dingen zelf gaan opzoeken, dus dat is altijd een hele goeie uitweg”, lacht ze. Voor de bouwers onder de kinderen introduceert Lego op de beurs programmeerbare, technische lego. Deze lego bestond al, maar sinds dit jaar zijn er speciale lesdozen voor basisscholen. “Naast de basisbeginselen van programmeren leren kinderen er technisch en ruimtelijk van denken”, vertelt een Lego-vertegenwoordiger. “En dat terwijl ze gewoon spelen.” Een ander nieuwtje op het gebied van lesmateriaal zijn de ruimtelijke blokjes van Tridio. Met de tweedimensionale vormpjes kan je driedimensionaal lijkende figuren maken. Er is veel belangstelling voor. Maar ook dit materiaal wordt duur bevonden. “Weer een aanslag op een budget dat er niet eens is”, mompelt een bezoeker.

Ontdekkasteel

De Technokist trekt ook veel bekijks op de beurs. De stand bestaat uit open kasten met daarin uitschuifbare boxen van plastic. Elke box heeft een thema zoals ‘meten is weten’ en een bijpassende inhoud. Twee, drie leerlingen kunnen met zon kist aan de slag. Voor de docent is er een map ontwikkeld met een lesmethode. De Technokist wordt inmiddels door zo’n 1.500 basisscholen gebruikt in de technieklessen. In Zeeland staat de kist centraal in het Ontdekkastelenproject. Een ontdekkasteel bestaat uit kleurige houten kasten op wielen, in de vorm van kasteeltorens. Elk ontdekkasteel bevat 80 Technokisten. Het kasteel moet docenten een hoop tijd en moeite besparen in het ontwikkelen van technieklessen en aanschaffen van geschikte materialen. Inmiddels hebben 130 Zeeuwse basisscholen zo’n kasteel aangeschaft. De kosten blijven laag, omdat het project door tal van organisaties gesponsord wordt zoals gemeentes, het Zeeuwse midden- en kleinbedrijf en de stichting AXIS. Het project is het Zeeuwse onderdeel van het Landelijk Programma Verbreding Techniek basisonderwijs. Op de kasten in de stand staan het geraamte van een kubus en een eenvoudig zweefmolentje dat van zelfgemaakte tandwielen geconstrueerd is. Het doet een docente van basisschool De Hoeksteen uit Oud-Beijerland denken aan haar eigen technieklessen op school. “Wij hebben zelf boxen samengesteld en er geplastificeerde kaarten bijgemaakt met instructies. Maar het is wel moeilijk om aan al die materialen te komen. Je moet maar net een handige vader kennen of zo, die dat zou willen en kunnen doen. Wij hadden het geluk dat er een leraar was die om gezondheidsredenen niet meer voor de klas kon staan, maar zijn jaar toch zinvol wilde invullen. Hij is toen naar allerlei winkels gegaan om spulletjes als rubber eendjes, kaarsen en batterijtjes te kopen voor in die boxen. De kinderen vinden het geweldig. Maar die vinden natuurlijk alles leuk, zolang het maar niet uit een boekje komt.”

 

 

IT Arbeidsmarkt

IT Arbeidsmarkt, mei 2002


opdracht: artikelen schrijven rondom het werk en de werksfeer van IT'ers
insteek: snel en stevig
doelgroep: jonge en aankomende werknemers in de IT-sector

 

Waar doe je het voor?

Bedrijven hebben de mond vol van flexibele arbeidsvoorwaarden. Minder vrije dagen in ruil voor een grotere auto is vaak wel mogelijk. Maar als je dagelijks in een Lamborghini Diablo wilt rondrijden zitten daar wel haken en ogen aan. IT Arbeidsmarkt zocht het uit.

Cap Gemini Ernst & Young noemt zich employer of choices en neemt alle wensen van haar nieuwkomelingen serieus. "Cap wil dat alle medewerkers het vervoermiddel kiezen waar zij zich het lekkerst in voelen", legt Emile Jansen van de lease-afdeling uit. "Oldtimers, motors, een auto met een grijs kenteken: alles kan in alle soorten, maten en kleuren. En zo duur als je het zelf wilt maken." Op het parkeerterrein van ‘Cap’ staan MG’s, een Bentley, een stel motoren, de nieuwste Mini Coopers, Opels, Peugeots, Alfa’s 147 en heel veel Volkswagens. Starters mogen voor 550 euro per maand een auto uitzoeken. Eenentwintig niveaus verder kom je op het maximale bedrag uit van 900 euro. De meeste werknemers lappen geld bij om een duurdere bak te krijgen. Zoek je een goedkoper model uit, dan mag je het resterende geld als brutoloon in je zak steken. Al doet je beslissing wel menig wenkbrauw rijzen. Benzine is gratis behalve op vakantie. Wil je een Ferrari leasen? geen probleem, zolang je het resterende bedrag zelf bijlegt.


Terwijl Cap Gemini in principe niets te dol is, reden de starters van Accenture tot voor kort allemaal in een groene Volkswagen Polo. Het bedrijf stapt nu over op metallickleurige Peugeots 206 met elektrische ramen, op afstand bedienbare vergrendeling, airco en een cd-speler. Je mag de auto weigeren voor een vergoeding van 400 euro per maand. Als je promoveert van analist naar consultant- meestal na 24 maanden -mag je voor ruim 600 euro per maand je eigen auto uitzoeken. Het is 'take it or leave it' want je krijgt geen cent terug als je onder het budget uitkomt. Het geld dat overblijft gaat in een spaarpotje, waarvan je bijvoorbeeld vakantiedagen kunt kopen. Bijbetalen mag wel. De auto weigeren zou erg onvoordelig zijn: Accenture keert je dan niet meer dan 250 euro per maand uit. Een goedkoop tweedehandsje om extra salaris te vangen is juist wat Accenture wil voorkomen: "Dan staan ze straks allemaal langs de kant van de weg!", aldus wagenparkbeheerder Pieter Kroon. Na de looptijd lever je je auto weer keurig netjes in voor een nieuwe leasebak. Tanken is bij Accenture gratis tot 15.000 privékilometers.


Bij Dataland, de IT-afdeling van de Rotterdamse gemeente, hoef je niet op een bolide van de zaak te rekenen. Een ritje in de dienstauto, als je tenminste op tijd gereserveerd hebt, is je meest luxueze middel van transport. Je kijgt een treinkaartje of strippenkaart, net als bij de gemeente Zoetermeer. Daar kun je overigens wel een fiets van de zaak krijgen. Op alle ministeries zijn auto’s van de zaak overigens alleen voorbehouden aan ministers en heel soms aan anderen.


Ook ABC Automatiseringsteam BV in Maarssen blijft nuchter. Een auto moet bij het salaris passen. Een werknemer die 1.800 euro per maand verdient en een auto ter waarde van 55.000 euro wil leasen, wordt dit afgeraden. Puur om hem of haar tegen zichzelf in bescherming te nemen. Alleen het vaste IT-personeel heeft een auto van de zaak. Merk, type, kleur en prijsklasse kiezen de ABC’ers zelf tot 500 euro per maand.
Bij Detacheerbedrijf ADA Software & Services Holland BV uit Raamsdonksveer mag het maandelijkse bedrag voor een lease-auto 800 euro zijn. Ook hier kun je de wagen zelf uitkiezen en maandelijks bijbetalen of het verschil op je bankrekening laten storten. Vierentwintig ADA’s rijden rond in een leasebak. De meesten kozen voor een Volkwagen Passat of een Volvo S60. "En, oh ja, de Alfa Romeo 147. Een mooi wagentje", vindt Herman Kalse van ADA. "Een enkele rare vogel koos voor een spiksplinternieuwe MG." ADA werkt met vijf lease-maatschappijen. De werknemer zoekt een auto uit, ADA keurt hem goed. Soms houdt dat in dat je de auto na afloop van de looptijd mag houden. Als een werknemer liever in zijn tweedehands Lada rijdt, mag dat. "Maar liever een leasebak", vindt Kalse want dat is een stuk veiliger. "Mijn werknemers maken namelijk wel eens brokken in het verkeer." Heb je eenmaal de top bereikt, dan kun je een auto met chauffeur in je arbeidsvoorwaarden onderbrengen. Maar chauffeurs zijn in de IT-wereld erg ongebruikelijk, volgens directievervoerder IDS-CAD in Amsterdam. Hij heeft geen enkele IT-directeur als klant. "IT'ers zijn snelle jongens. Die rijden liever zelf."

 

Leven

Leven, april/mei 2000

opdracht: eigen ideeën
insteek:
uitwerken naar eigen inzicht
doelgroep:
vegetariërs

 

 

Vegetariër in de Turkse gemeenschap

Vegetariër zijn is in Nederland niet echt bijzonder meer. Tenzij je Turks bent en getrouwd bent met een islamitische slager.

Nursen Keçeci-Okur (35) was ongeveer zeven jaar toen ze besloot vlees voorgoed van haar menu te schrappen. Ze woonde toen nog in Turkije en hielp haar opa iedere week met het jagen op vogels. Ze raapte de dieren op en stopte ze in zakken. Tot op een dag een neergeschoten exemplaar vlak voor haar voeten belandde. Het vogeltje overleed in haar handen. Thuisgekomen zag ze hoe haar opa dit vogeltje plukte en klaarmaakte voor de pan. Nursen weet niet goed waarom, maar dit vogeltje vond ze zo zielig dat ze prompt haar eetlust voor dieren verloor.


Het in de Turkse keuken zoveel gebruikte schapenvlees en rundvlees kregen haar grootouders niet meer bij haar naar binnen. Maar ook voor andere vleessoorten, vis of van van beenderen getrokken soep haalde Nursen haar neus op. "Mijn opa en oma probeerden me natuurlijk over te halen door te zeggen dat vlees erg lekker was. Maar dat deed me niks. Ik at het niet op", vertelt Nursen. Ze zit op een stoeltje achterin de slagerij van haar man in Hilversum. Hij heeft alle begrip voor de eetgewoonten van zijn vrouw, maar vegetariër zal hij nooit worden.
Een maaltijd zonder vlees is voor hem nou eenmaal geen maaltijd. Vlees staat iedere avond steevast op tafel in huize Keçeci, bereid door Nursen met behulp van haar verzameling kookboeken, maar ook vaak door haar man. Haar twee kinderen zijn ook niet vegetarisch, al neigt de kleinste volgens Nursen wel eens 'net als mama' het vlees te laten staan.


Nursen: "Ik vertel expres niet waarom ik geen vlees eet. Als mijn kinderen ook vegetariër willen worden, moeten ze daar zelf een reden voor bedenken. Ik wil niet dat ze het doen omdat ik het doe. En daar lijkt het bij de kleinste voorlopig op. Zolang mijn kinderen vlees lusten, moeten ze gewoon dooreten. Vegetariër zijn als je Turks bent, is namelijk erg lastig." Met lastig doelt Nursen vooral op etentjes bij familie en kennissen. Daar eten ze erg veel vlees. Nursen eet dan alleen de groenten en rijst en laat het stukje vlees op het randje van haar bord liggen. Haar familie weet inmiddels dat Nursen niet over te halen is. Maar kennissen reageren verbaasd.


Vorige maand vierde de islamitische gemeenschap het offerfeest. Draagkrachtige families kopen dan een schaap, laten het ritueel slachten en geven het grootste deel weg aan minder draagkrachtige families. Ook Nursen geeft elk jaar toestemming voor het slachten van een schaap, al eet ze er zelf geen hap van. "Ik vind het zielig, maar het moet als je gelooft. In Turkije slachten ze de dieren op de stoep voor je huis. Ik ben één keer met de kinderen in Turkije geweest rond die tijd, maar toen heb ik ze binnen gehouden. Ik wilde niet dat ze zouden zien wat er met de schapen gebeurde. Ze zouden het nog niet begrijpen. Dat kan pas als je wat ouder bent en meer van het geloof afweet."


Vlees eten is niet verplicht in de islam. Ook het schapenvlees tijdens het offerfeest hoef je niet per se op te eten. Maar vegetariër zijn is gewoon 'not-done'. Nursen kent niemand in haar, toch zeer uitgebreide, familie die ook vegetariër is. Het Turkse woord voor vegetariër is in de Turkse gemeenschap vrij onbekend: vejerterjan.


In de slagerij verkopen ze ook groente en fruit. Dat is de afdeling waar je Nursen meestal zal vinden als ze meehelpt. Als het even kan, raakt Nursen het vlees liever niet aan. Ze kijkt naar haar handen alsof er nog bloed van het dode vogeltje aan vast kleeft en vertelt dat ze voor een klant hooguit een onsje gehakt afweegt.

 

Publieke Zaken

Publieke Zaken, april 2003


opdracht: interview over arbeidsvoorwaardensysteem
insteek: informatief
doelgroep: klanten Deloitte & Touche (publieke sector)

 

 

Thuis de eindejaarsuitkering ruilen voor extra kinderopvang

Personeel dat thuis zelf kan puzzelen met salaris en arbeidsvoorwaarden: dat biedt voordelen aan zowel de werknemer als de werkgever. De CAO Ziekenhuizen verplicht daarom sinds 2001 dat personeel haar beloning deels zelf samen kan stellen. De NVZ vereniging van ziekenhuizen en de werknemersorganisaties experimenteren nu met een speciaal computersysteem, dat een hoop papierwerk overbodig moet maken.

“Het is de bedoeling dat alle ziekenhuizen en categorale instellingen deze zomer nog op dit systeem overschakelen. Vanaf september begint de stroom met wijzigingen in arbeidscontracten namelijk op gang te komen”, licht projectleider Leo Jetten toe. “Zo’n wijziging moet in oktober kenbaar gemaakt worden en gaat het daaropvolgend jaar in.”

Leo Jetten werkt als projectleider in Utrecht voor de Sectorfondsen Zorg en Welzijn. Namens de werkgevers en werknemers begeleidt hij ziekenhuizen en categorale instellingen (o.a. revalidatie- en astmacentra) bij het overschakelen naar het nieuwe computersysteem. Al het zorgpersoneel dat onder de CAO Ziekenhuizen valt - van verpleegkundige tot beddenwasser - kan er via internet de samenstelling van zijn beloning mee bekijken en aanpassen. De meeste specialisten en bepaalde directieleden vallen niet onder deze CAO. Met de bekende ‘druk op de knop’ komen de wijzigingen terecht bij de persoon die de aanvraag moet beoordelen. Tenslotte wordt de wijziging afgewezen of doorgevoerd.

Het computersysteem draagt de naam mybenefitz. Gek Volgens Jetten bespaart het systeem P&O-afdelingen veel werk. “Die afdelingen zouden gek worden van alle stapeltjes papier die ze anders binnen zouden krijgen”, vertelt Jetten. “In dit systeem kan de werknemer op zijn gemak thuis achter de computer uitzoeken wat gunstig is en daarna pas een aanvraag indienen. Er zit ook een adviesfunctie in het programma. Als de werknemer beter een andere keuze kan maken omdat hij anders vijftien procent pensioenpremie misloopt, dan attendeert het programma hem daarop. Dat kan een uitgebreide briefwisseling met P&O besparen.”

Cafetariamodel

De mogelijkheid om te ‘spelen’ met salaris en arbeidsvoorwaarden is het resultaat van onderhandelingen tussen overheid, werkgevers (NVZ) en werknemers (vakbonden), met als achterliggende gedachte het werk aantrekkelijker te maken. Sinds 2001 ligt deze mogelijkheid vast in de CAO Ziekenhuizen. NVZ ontwikkelde een handleiding voor werkgevers en stuurde alle werknemers een toelichtende brochure. Het was echter nog niet mogelijk om deze keuzes via een geautomatiseerd systeem te maken.

“Aanvankelijk werd voor dit keuzemodel de term ‘modern belonen’ gebruikt”, vertelt Jettens NVZ-collega Bas Oude Elberink. “Maar echt nieuw of modern is het niet. Iedereen doet het al, daarom gebruiken we die term helemaal niet meer. Sommigen hebben het nu over ‘cafetariamodel’, of ‘CAO á la carte’, wij noemen het Meerkeuze Systeem Arbeidsvoorwaarden (MKSA). Zo staat het ook in de CAO.” Bas Oude Elberink is beleidsmedewerker sociale zaken en volgt de CAO Ziekenhuizen op de voet. Samen met Jetten is hij betrokken in de automatisering van het zogenaamde MKSA.

Het meerkeuzesysteem geldt niet voor het volledige salaris plus arbeidsvoorwaarden. “In bijna elk hoofdstuk van de CAO stond wel ‘iets wat je kon doen’”, legt Oude Elberink uit. “Die onderdelen hebben we allemaal bij elkaar geplukt en ondergebracht in een apart hoofdstuk. Vakantieuitkeringen, eindejaarsuitkeringen, onregelmatigheidstoeslag, een bepaald deel van het brutojaarsalaris; alle delen waar je zelf iets aan mag veranderen, noemen we ‘bronnen’. Die mag je omzetten in ‘doelen’, bijvoorbeeld vrije dagen, pensioenaanvulling, studie of kinderopvang.”

Pilot

Oude Elberink spreekt uit ervaring. Het personeel van NVZ maakt namelijk deel uit van een pilotproject met mybenefitz. Naast NVZ doet ook het Rode Kruis Ziekenhuis/Juliana kinderziekenhuis in Den Haag mee aan het project, samen met het Flevoziekenhuis in Almere. Voor het Rijnland Ziekenhuis in Leiderdorp is een pilot in voorbereiding. Volgens Jetten verloopt de proef succesvol. “In eerste instantie reageerde het P&O-personeel wat huiverig. Je krijgt vragen over hoe het zit met beveiliging, privacy en hoe ze de aanvragen moeten verwerken. Daarna werd het enthousiast opgepakt. Het systeem bleek precies wat ze zochten.”

Roosters

Een punt van aandacht is de beoordeling van aanvragen door P&O. “Het is een intelligent systeem, maar de werkgevers moeten zelf het ‘moedercontract’ in de gaten houden”, vertelt Oude Elberink. “Je kunt niet iedereen van 9.30 tot 15.00 uur in een 24-uurs bedrijf laten werken bijvoorbeeld. En je wilt niet het risico lopen dat je 20 verpleegkundigen van de Operatie Kamer kwijtraakt omdat ze tegelijkertijd hun vrije dagen opnemen. Dat is een kwestie van goed workflow-management. P&O, Automatisering, de Ondernemingsraad; elke afdeling moet een vertegenwoordiger moeten hebben die je kan aanspreken over salarisveranderingen”, aldus Oude Elberink. Jetten: “Het is ook belangrijk dat afdelingen netjes hun roosters bijhouden.” Dat brengt een cultuurverandering met zich mee volgens Jetten. “Je merkt dat elke afdeling haar eigen manier heeft om roosters te plannen. Soms doen ze het bij wijze van spreken op een sigarendoosje of met een kaartenbak. Dat zou allemaal netjes op een computer moeten gebeuren, elke afdeling op dezelfde manier. Maar dat moeten we aan de instellingen zelf overlaten. De werking van het computersysteem staat daar los van.”

Uitrollen

De software voor het systeem is ontwikkeld door Pink Roccade. Deloitte & Touche werd, samen met Syntegra, na een Europees aanbestedingsproject gekozen tot begeleider van het systeem. Jetten: “Zij zorgen voor het ‘uitrollen’ van het systeem in de instellingen en later voor het onderhoud”, aldus de projectleider. “Ik werk daaraan mee namens de sociale partners. Ik raad de instellingen ook aan om via dit project mee te doen. Het zou zonde zijn het wiel opnieuw uit te vinden.”

Momenteel kunnen alle 170.000 medewerkers - die onder de CAO Ziekenhuizen vallen - al via een persoonlijke code inloggen op www.mybenefitz.org. Het is alleen nog niet gekoppeld aan het achterliggende pensioensysteem van PGGM en de achterliggende salaris- en HRM-systemen. Jetten verwacht dat de meeste ziekenhuizen en instellingen deze zomer al overstappen en hun gegevens aan het systeem te koppelen. “Volgend jaar zal 95 procent van de medewerkers het gebruiken”, schat Jetten. Oude Elberink: “In het pilotproject hebben werknemers in elk geval al 80.000 keer ingelogd op de site. Dat schijnt heel erg veel te zijn.”

 

 

Quadrant Magazine

Quadrant Magazine, juni 2003

opdracht: diverse opdrachten
insteek: human interest
doelgroep: klanten van Quadrant (boekhoudsoftware)

 

Dag en nacht paraat met exotische elektronica

Op grote schepen gaat zo nu en dan ook wel eens een lampje stuk. Maar waar moet je in de Rotterdamse haven zijn als je bijvoorbeeld tl-buizen nodig hebt in een kleine, Japanse maat?

Het Vlaardingse bedrijf AVS is dol op dit soort probleempjes. Het specialiseerde zich in exotische elektrotechnische producten en levert haar bestellingen binnen een paar uur in de haven. AVS is ook een trouw King-gebruiker en stapte onlangs over naar de Windows-versie.

Voor Koen Van der Schalk is boekhouding een noodzakelijk kwaad. Hoe minder tijd je daaraan moet besteden hoe beter. De lol uit zijn werk haalt hij vooral uit het contact met zijn klanten. “Wat ik echt leuk vindt”, vertelt Van der Schalk, “is het onmogelijke mogelijk maken. Als iemand beslist iets moet hebben en ik moet uitzoeken waar ik dat binnen een paar uur vandaan moet halen.”

Van der Schalk is directeur van het Vlaardingse bedrijf All Voltage Supply (AVS) dat dag en nacht paraat staat voor schepen die even de Antwerpse, Rotterdamse of Amsterdamse haven aandoen. “We leveren elektrotechnische producten in de breedste zin van het woord”, vertelt Van der Schalk puffend aan zijn pijp. “Dat kunnen broodroosters of kleine koelkastjes zijn, speciale schakelaars, lampen, noem maar op. Hier in Nederland is alle apparatuur berekend op 220 Volt. Maar aan boord van een schip kan dat voltage best 110 Volt zijn. Als er iets stuk gaat, kun je niet zomaar bij de eerste de beste elektrowinkel terecht.”

En dat lukt zeker niet wanneer een schip binnen één of twee dagen weer verder moet varen. Daarom belooft AVS de bestelde producten binnen een paar uur af te kunnen leveren in de haven. Een recente, lastige bestelling was die van 150 meter speciale elektrische kabel van 7 centimeter dik. “Die moesten we binnen anderhalve dag uit Duitsland ophalen en afleveren. Het geheel was 2 1/2 ton zwaar en paste niet eens in ons busje, maar we hebben de klus kunnen klaren. Dan zijn we echt trots.”

Voor Van der Schalk begint de werkdag om 7.00 uur ‘s ochtends. Rond 17.30 uur gaat hij weer naar huis - met de mobiele telefoon paraat. Ook op zaterdagochtend is het werken geblazen. Maar de sfeer is altijd goed volgens de directeur. “We zoeken nog een nieuwe medewerker die bij ons past. We doen hier namelijk alles samen. Als er ‘s ochtends een container uit China aankomt, dan staan we met zijn allen te lossen. Is het in het magazijn druk, dan gaan we daar helpen.”

In totaal werken bij AVS 10 mensen. De Holland-Amerikalijn, met haar vloot van luxe cruiseschepen, is een van de grotere vaste klanten van AVS. Van der Schalk wandelt door zijn magazijn en wijst naar een bak met blauwe lampen. “Die zijn voor onder de bar op die schepen. Ze zijn alleen niet in het blauw verkrijgbaar, dus schilderen we ze zelf met een kwastje en speciale lampenverf.” Andere bijzondere wensen komen van Japanse boten. “In Japan gebruiken ze een andere maat tl-buizen om hun eigen markt te beschermen. Kijk, die buizen zijn net een paar centimeter korter dan de onze. Die hebben we dus altijd op voorraad. Net zoals deze Suez-Kanaallampen. Die zijn verplicht op de voorplecht als je door het Suez-Kanaal vaart.”

Van der Schalk houdt er dus niet van om met zijn neus in de kasboeken te zitten. Toch begon hij zijn carrière met een opleiding tot boekhouder. Zoals zoveel jongeren wist hij niet precies wat hij met zijn toekomst wilde en rolde ‘dan maar’ de administratieve richting in. Het bedrijf waar hij later ging werken, Elektro Cirkel, kwam via via in contact met Quadrant. Afleverbonnetjes Quadrant werd halverwege de jaren tachtig door Elektro Cirkel ingeschakeld om de voorraadadministratie te automatiseren. Die werd toen beheerd door Van der Schalk. “We hadden geen voorraadsysteem”, vertelt hij “We schreven alleen heel simpel afleverbonnetjes met de pen. Later begonnen we de artikelen te nummeren. Zo gingen we langzaam op automatisering over. Als uitgangspunt stelde ik dat alles waarvoor ik mijn bed moest uitkomen, geautomatiseerd moest worden.”

Zo kwam het dat Van der Schalk - als ‘vraagbaak’ voor Quadrant - aan de wieg stond van de ontwikkeling van de King- en Queen-boekhoudsoftware. Deze programma’s zijn later gebaseerd op de software die Quadrant voor Elektro Cirkel ontwikkelde. Nu Van der Schalk zijn eigen bedrijf runt, gebruikt hij ook boekhoudsoftware van Quadrant. “Daardoor heb ik geen aparte boekhouder nodig”, vertelt hij. Van der Schalk startte met King voor het besturingssysteem DOS en stapte vorig jaar over op King voor Windows.

“Je bent natuurlijk gewend aan het oude”, vertelt hij. “Maar ik ben er heel tevreden mee. Ik vind het beter dan de DOS-versie omdat je niet meer van module naar module hoeft te gaan. Je ziet alles in een oogopslag. Terwijl ik dus met het bedrijf van ‘Pietje’ bezig ben, kan ik ook even iets in het bedrijf van ‘Jantje’ zien zonder eerst uit te loggen. Dat werkt veel sneller.”

Vrijwel de hele dag van Van der Schalk bestaat uit praten en onderhandelen: “Dat is wat ik zo leuk vindt aan de handel”, legt hij uit. “Je bent de hele dag met mensen bezig. Dat is zo interessant. Ik heb een hekel aan ‘kan niet’. Als iets niet verkrijgbaar is, speuren we gewoon in onze eigen documentatie naar alternatieven. De klant heeft iets nodig en dat moeten wij snel oplossen, want anders vertrekt de boot. En als hij iets wil hebben, dan zal hij het krijgen ook.”

 

 

Het gedroomde land

Het gedroomde Land, 2003

opdracht: eigen idee voor dit boek van Stichting Kapini
insteek: Afrikaanse jongeren in Nederland
doelgroep: kopers van het boek (die daarmee de stichting sponsoren)

 

'Ik zou graag fotomodel willen worden'

Mariame is een lachebek van achttien jaar uit Guinee. In de huiskamer van haar driekamerflat in de Utrechtse wijk Overvecht schrokt ze een enorm bord warm eten naar binnen. Ze giert het uit op de vraag of ze niet moet vasten. Het is per slot van rekening ramadan. “Ach, ik ben net een baby”, roept ze lachend en steekt een sigaret op. “Roken mag eigenlijk ook niet. Maar volgende week begin ik met de ramadan, echt waar.”

Mariame is moslim, maar leeft op een andere manier dan de moslims die we in Nederland vooral kennen van Turkse en Marokkaanse afkomst. Ze draagt bijvoorbeeld strakke kleding, heeft een piercing door haar tong en gaat in het weekend naar de Afrikaanse disco met haar vriendinnen. “Moslims zijn zo verschillend”, zegt Mariame. “Het is maar net uit welk land je komt. Het is in Guinee niet zoals in Iran, waar alle vrouwen gesluierd lopen. Je kan er gewoon in een korte rok over straat. Zolang je hem maar eerlijk betaald hebt”, grapt ze erachteraan. “Somaliërs zijn veel strenger. Om de een of andere reden denken zij vaak dat ik ook uit Somali kom. Somalische vrouwen spreken me wel eens aan in de bus, maar dan moet ik ze uitgebreid duidelijk maken dat ik ze echt niet kan verstaan. Omdat ik rook, denken ze ook wel eens dat ik een prostituee ben.”

Mariame ploft na het eten op haar bed in een klein kil kamertje. “Koud hè?”, zegt ze. “Ik heb alleen maar een kachel in de huiskamer. Maar daar zit mijn huisgenoot nu op de computer te werken. Ik wil haar liever niet storen.” Overdag gaat Mariame naar school. ‘s Avonds spreekt ze met vriendinnen af. Na drie jaar begint Nederland al wat te wennen voor haar. “Guinee is zon ander land. Ik moest hier een hele nieuwe cultuur aanleren. In Guinee kan ik bijvoorbeeld gewoon van iemand een sigaret pakken, dat hoef ik echt niet te vragen. Hier moet je je aan regels houden en alles netjes vragen. Als je hier naar de dokter wilt, moet je eerst een afspraak maken. Stel dat het buiten koud is en ik heb geen zin om te gaan? Dan móet ik laten weten dat ik niet kom. Dat vind ik best moeilijk. Afspreken rond etenstijd is in Nederland ook echt niet normaal. In Guinee hoef je geen afspraak te maken om bij mij langs te komen. Je komt gewoon. We hebben daar ook geen vaste etenstijden, dus het kan zijn dat ik zit te eten als je langskomt. Maar dan vraag ik of je alsjeblieft een hapje wilt mee-eten.”

Mariame vertelt dat ze tamelijk vrij opgroeide in Conakry, de hoofdstad van Guinee. Samen met haar ouders woonde ze in een appartement. Toen Mariame elf jaar was, overleed haar moeder. Sindsdien woonde ze samen met haar vader. Die huurde een huishoudelijke hulp in, zodat Mariame zorgeloos naar school kon gaan en tijd kon doorbrengen met haar vriendinnen. “We waren redelijk rijk”, vertelt ze. “Er was geld genoeg om een normaal leven te leiden.” Mariames liefste wens was om later op kantoor te werken. Maar die toekomst zag ze op haar dertiende jaar in duigen vallen. “Toen ik klein was, praatte mijn vader altijd over politiek. In 1997 nam hij me mee naar een demonstratie tegen de regering. Duizenden mensen liepen toen op straat. Op een gegeven moment greep het leger in en probeerde iedereen weg te jagen met traangas en geweld. Ze schoten mijn vader voor mijn ogen neer. Ik kon niks doen, alleen maar huilen. Toen werd ik met andere demonstranten achter in een vrachtwagen gejaagd.” Mariame vertelt deze ervaring zonder enige emotie. Ze had geen idee waar de vrachtwagen naar toe zou gaan. “Maar toen ik in de gevangenis aankwam, wist ik natuurlijk precies waar ik was.” Twee jaar, van haar dertiende tot en met haar vijftiende, bracht ze als wees door in een cel met zeven vrouwen die ook aan de demonstratie hadden meegedaan. “We kletsten veel samen. Maar van buitenaf werd ons niks gevraagd. Er was geen recht. Alleen als je geld had, kon je jezelf vrijkopen. Familie had ik niet veel en mijn vriendinnen waren allemaal nog te jong om te weten waar ik was. Na twee jaar kocht een vriend van mijn vader me vrij. Hij hielp me om naar Nederland te vluchten. Hij zei dat ik anders weer opgepakt zou worden of misschien zou worden verkracht. Ik was heel bang maar vertrouwde op hem, ik had geen keus.”

Mariame kende Nederland helemaal niet. “Ik had drie weken op een boot gezeten en had geen idee waar ik naar toe ging. Drie weken alleen maar: zitten, slapen en eten. Gelukkig houd ik daar wel van. Toen ik aankwam, vroeg een agent me of ik wist waar ik was. Ik had op school geleerd welke landen in Europa lagen, maar ik kon me alleen nog Ierland herinneren. Ik zei dus maar Ierland tegen hem”, lacht ze. “In Guinee woonden een heleboel vluchtelingen uit Sierra Leone. Daardoor wist ik wel een beetje wat asielzoekers zijn. Nu was ik er zelf een, maar had eigenlijk geen idee wat het inhield. Ze hebben me alles moeten leren. Waar ik was, hoe ik ergens kom.” Mariame kreeg een verblijfsvergunning en volgt nu een administratieopleiding aan het ROC. Ze ziet haar toekomst weer helemaal zitten. “Op kantoooor”, zingt ze en ze rolt over haar bed. “Lekker de hele dag achter de computer. En je hoeft niet de deur uit als het buiten koud is. Mooi hè?” Over een man en kinderen heeft ze nog niet nagedacht. “Als ik trouw, wil ik mijn hele leven bij mijn man blijven. Hier kan je na een paar jaar alweer scheiden. Dat wil ik niet. Ik wil een lieve man waarmee ik kan praten, misschien wel een Chinees, dat maakt me niet uit. Maar de meeste mannen zijn niet te vertrouwen. Ze zeggen dat ze van je houden om met je naar bed te kunnen. Je kan dus maar het beste lesbisch worden, ha ha!”

Een paar weken later staat Mariame op de dansvloer van de Afrikaanse disco. Buiten vriest het, maar Mariame staat binnen met blote benen in haar pumps. Ze draagt een korte rok met een strak topje erboven. Mariame is zo lang en slank dat ze prima het supermodel Naomi Campbell kan opvolgen. Ze blijkt zich al ingeschreven te hebben bij een modellenbureau, maar zonder resultaat. “Ik zou heel graag model willen worden, maar ze willen me niet hebben.” Mariame drinkt nog een biertje en maakt grappen met de Afrikanen die ze allemaal lijkt te kennen. Een van hen draagt een lang traditioneel gewaad en een bijpassend hoedje. Mariame duikt onder het gewaad en steekt haar hoofd aan de andere kant weer naar buiten. De jongen vindt het wel komisch en duwt haar grijnzend weer weg. Even later is ze chagrijnig. Een van de jongens blijkt steeds te vragen waarom ze rookt. Mariame weet niet of ze wel in Nederland wil blijven. “Het was even wennen in het begin. Die ijskoude Nederlandse regendruppels. Homo’s en lesbiennes die elkaar kussen op straat. En mensen met honden. Je hond is hier je vriend, die kan bij je slapen en je speelt met hem. Bij ons hoort een hond buiten! Ik heb nu een verblijfsvergunning, maar misschien verhuis ik in de toekomst wel naar een ander land. Voorlopig heb ik het hier goed. Ik heb vrienden en een flat. De laatste jaren had ik zoveel aan mijn hoofd, dat ik niet zo nagedacht heb over mijn toekomst. Eerst dus maar eens mijn opleiding afmaken.”

 

 

Tijdschrift Voor Verzorgenden

Tijdschrift Voor Verzorgenden, juli/augustus 2003

opdracht: twee 'klinische lessen'
insteek: informerend/update
doelgroep: zieken-/bejaardenverzorgenden

 

Zwachtelen

Zwachtelen is het praktische woord voor ambulante compressietherapie. Het wordt meestal toegepast op benen om de terugstroom van het bloed naar het hart te stimuleren. Verkeerd zwachtelen kan ernstige gevolgen hebben en resulteert soms in amputatie.

Bij een goed gezwachteld been is de druk het hoogst rondom de enkel en het laagst onder de knie. Het bloed dat de voeten in gepompt wordt, stroomt daardoor veel makkelijker terug en opgehoopt vocht krijgt weinig kans om terug te zakken. De korte rekzwachtels die je hierbij gebruikt, zijn niet elastisch. Het voordeel hiervan is dat ze in rust geen druk op de huid uitoefenen. Die is immers vaak problematisch. De compressie komt pas op gang wanneer de kuitspier bewogen wordt; oftewel wanneer de patiënt gaat lopen (niet slenteren).

Wanneer?

Benen worden meestal ingezwachteld wanneer er sprake is van chronische veneuze insufficiëntie. Dat uit zich vaak in:

Soms gebeurt het bij traumatische wonden, om de genezing te stimuleren. Ook armen worden soms gezwachteld na een borstamputatie. De compressie dient dan om lymfe-oedeem te voorkomen.

Wat kan er mis gaan?

Slechte bloedcirculatie: Wanneer de slagaders in een been niet goed functioneren (vaak bij oudere mensen) kan de zwachtel ook de toevoer van het bloed blokkeren. In het ergste geval raakt het onderbeen zo slecht doorbloed dat het geamputeerd moet worden. Daarom mag volgens het protocol alleen een arts bepalen wanneer gezwachteld mag worden.

Striemen, blaren, wondjes. Dit kan voorkomen wanneer je de zwachtel te strak of te slordig aanlegt.

Wassen

De beste tijd om te beginnen met zwachtelen is ‘s ochtends. De benen van de patiënt zijn dan nog niet dik. Het is handig om de benen en voeten eerst te wassen en goed te inspecteren op wondjes, scherpe nagels en eczeem. Op eczeem kun je vòòr het zwachtelen wat costicosteroïden smeren.

Inspectie

Bekijk het been goed: Wat voor vorm heeft het been? Hoeveel druk kan het aan? Welke zônes zouden lastig kunnen zijn? Bij een dikke man met veel oedeem zul je veel steviger kunnen zwachtelen dan bij een fragiele dame met een kwetsbare huid. Bij hele lange benen heb je soms een extra zwachtel nodig en bij een flinke schoenmaat maak je soms een extra slag om de voet. Het moeilijkste is de ‘champagnefles’, een dun been zonder kuit. Om te voorkomen dat de zwachtel afzakt, kun je de enkel dikker maken door er eerst een dunne wattenlaag omheen te leggen. Deze techniek heet polsteren.

Leren

Zwachtelen leer je vooral in de praktijk. Daarom kun de zwachtels die je aanlegt, het beste ook zelf weer eraf halen. Je weet zelf het beste wat je gedaan hebt en waar je op gelet hebt. Wanneer de zwachtels eraf gaan, kun je het resultaat bekijken en evalueren. Bij oedeem kun je na de compressietherapie heel makkelijk bepalen of er nog vocht in de benen zit, door een minuut lang flink met je duim op het been te duwen. Blijft er daarna een kuiltje in het been zitten, dan zit er nog vocht en moet er waarschijnlijk opnieuw gezwachteld worden. Ook ribbeltjes in de huid wijzen op vocht. Bulten op het been zijn een teken dat het vocht zich verplaatst heeft. De druk is dan niet goed opgebouwd.

Vervangen

Korte rekzwachtels hoeven niet vaker dan twee maal per week vervangen te worden. Bij de behandeling van oedeem worden de benen steeds dunner, waardoor vervanging soms vaker nodig is. Wanneer de therapie aanslaat en het been is oedeemvrij, krijgt de patiënt een steunkous aangemeten. De zwachtels worden dan opnieuw aangebracht, tot de speciale kous beschikbaar is. Voor armen bestaan speciale armkousen.

Tips

Tot slot nog een paar tips. Oudere mensen vallen wel eens ‘s avonds in hun stoel in slaap. Een hele nacht zitten is echter niet goed bij compressietherapie. Adviseer de patiënt goede schoenen te dragen, liefst een maat groter. Tijdens het wandelen de voet goed laten afwikkelen.

 

 

Viva

Viva, 10 feb/16 feb 2003

Opdracht: Eigen idee
Insteek: Leuk, vlot; een kijkje in het leven van een Viva-vrouw
Doelgroep: Viva-lezeressen: jonge, een tikje wilde en ambitieuze vrouwen

 

Voor sumo hoef je je echt niet vol te proppen

 

Manuela van de Brink is viervoudig Nederlands kampioen sumoworstelen. Twee keer werd ze zelfs bijna wereldkampioen.

"Ik ken sumo van de televisie en vond het altijd erg mooi om te zien. Het leuke aan deze sport vind ik dat je kracht en snelheid er in één explosie uit moeten komen; de wedstrijden duren namelijk maar heel kort. Je moet dus al je concentratie in een paar seconden stoppen."

Trainen met mijn vriendin

"In eerste instantie wist ik niet dat sumo ook in Nederland bestond, zeker niet voor dames. Ik rolde er via een vriendin in, die me vroeg een keer met haar naar een sumotraining te gaan. Dat was in 1998 en ik was meteen verkocht. Sindsdien ben ik zo intensief gaan trainen dat ik een derde plaats haalde op de wereldkampioenschappen in Duitsland (1999) en in Japan (2001)."

Afgelopen zomer wilde ik graag in Arnhem meedoen aan de Open Nederlandse Kampioenschappen, maar jammer gnoeg blesseerde ik vlak voor de wedstrijden een knie. Toen heb ik mijn vriendin Hanah maar in Arnhem gecoacht. Zij is door mij ook met sumo begonnen! Best handig, want we peppen elkaar altijd op als de één niet zo'n zin heeft om te trainen."

Goeie oppepper

"Voor mij is sumoworstelen, maar ook sporten in het algemeen, echt een uitlaatklep. Als ik op mijn werk een zware dag gehad heb of ik kom met hoofdpijn thuis, voel ik me na een training weer helemaal fit.

Mijn omgeving reageert vrijwel alleen maar positief op mijn hobby. Gelukkig maar, want veel mensen denken dat sumo alleen een sport voor heel dikke mensen is. Maar het is zeker niet zo dat je je vol moet proppen. Sumo is voor amateurs ingedeeld in gewichtsklasses. Bij de dames zijn die tot 65, tot 80 en - mijn klasse - boven de 80 kilo. Een vrouw die 70 kilo weegt, kan dus heel goed gaan sumoworstelen en hoeft daar verder niets extra's voor te eten. Alleen de professionele sumoworstelaars in Japan kennen geen gewichtsklasses. Bij hen maak je maar weinig kans als je maar 80 kilo weegt, ook al ben je sneller.

Wat ook scheelt, is dat mijn vrienden zien hoe serieus ik met sumo bezig ben. Je moet er namelijk veel voor trainen. Naast mijn baan doe ik aan krachttraining en tae-bo, ik jog en doe aan kickboksen, allemaal voor mijn snelheid en coördinatie. Zo ben ik zes dagen per week aan het sporten. 'Ik leef ervoor' is misschien wat overdreven, maar alles staat voor mij zo'n beetje in het teken van sumo."

WIE: Manuela van de Brink (31)

BEROEP: politieagent jeugd- en zedenzaken

RELATIE: woont samen met vriendin

TYPISCH MANUELA: niet zeiken maar doen!